De sollicitatie

De laatste tijd lees ik veel artikelen over diversiteit binnen de politie, over problemen die zich m.n. onder allochtonen zouden voordoen en dat de wervingsprocedure en verlaging van sollicitatiedrempels daar mede oorzaak van zouden kunnen zijn. Dat is natuurlijk een enorm complex onderwerp, dat ik hier niet in een artikeltje kan omschrijven. Ik laat dat liever over aan experts.
Tijdens het lezen van een aantal van deze artikelen moest ik wel regelmatig terugdenken aan de tijd dat ik solliciteerde bij de politie. Dat was in het voorjaar van 1969. In een totaal ander tijdsgewricht, in een geheel andere wereld. In mijn autobiografische kroniek De Blauwe Diender heb ik een heel hoofdstuk gewijd aan mijn sollicitatie toentertijd. Als je dit leest – hetgeen wel iets meer tijd vergt dan mijn andere berichten op deze website –  dan begrijp je wellicht iets beter waarom de huidige lichtingen jonge politiemensen heel anders zijn dan die van mijn generatie.

Trots op je beroep

Lees verder →

Kletsmajoor

karikatuur-door-gady-mirtenbaum-3-dichtbijIk weet het, ik praat wat bij elkaar, soms tot ergernis van anderen toe. Soms word ik tot de orde geroepen en dat is maar goed ook. Ik zou gewoon doorgaan. Als je eenmaal een moelejan bent – in mijn dialect de uitdrukking voor een kletsmajoor – dan ben je nauwelijks te stoppen. Ik ben de tegenpool van de stille, iemand die je met geen mogelijkheid aan het praten krijgt.

Lees verder →

Over het weer gesproken

‘Wat ’n weertje hé?’

16la_koeien

Schilderij: Alfons Smeets Schin op Geul

Deze opmerking is in deze warme zomertijd de meeste gebruikte, wanneer bekenden (en soms ook onbekenden) elkaar toespreken. Volgens mij komt dat doordat er een verkleinwoord wordt gebruikt, dat de klemtoon op ‘weertje’ wordt gelegd en dat de woorden op een vrolijke, opgeluchte manier worden geuit.
Want zou je zeggen: ‘Wàt ’n weer, hé?’ en je legt de klemtoon op ‘wat’ en je klinkt ’n beetje sikkeneurig, dan weet je direct dat het buiten regent, stormt of te koud is.
Volgens mij is het weer het meest besproken onderwerp in ieders mensenleven. Ik laat me er hier ook door meeslepen.
Lees verder →

Hoog bezoek uit China

Wie had dit ooit kunnen denken?

Lulu Wang _5

Tot een jaar of vijf geleden was dit ondenkbaar, maar sinds mijn kennismaking met Lulu Wang  in 2012, is er een soort literaire vriendschap ontstaan tussen – je kan bijna spreken van – geestverwanten. Ik heb haar een paar keer thuis bezocht, we spraken elkaar uitgebreid over onze literaire bezigheden en ik kreeg uitnodiging voor een aantal presentaties en voor de opening van een Chinese Culture Club in Den Haag. Lulu bleek zeer geïnteresseerd te zijn in mijn leven en werk als politieman en hoe ik omging met de impact van het beroep.
Verder stelt zij grote interesse in de overeenkomsten en verschillen tussen dit beroep binnen twee totaal verschillende culturen, die van China en die van West-Europa, m.n. die van Nederland. Met name t.a.v. onderwerpen als gezag, morele weerbaarheid en bevoegdheden.
Lees verder →

Onder het licht van de lantaarn

De muzikanten Ivo Rosbeek en Paul van Loo uit Heerlen hebben wij (mijn vrouw en ik)  in onze harten gesloten. Voor ons zijn zij dit op muzikaal gebied mensen die weten hoe ze anderen in hun hart en gevoel kunnen raken.
Intussen zijn wij min of meer bevriend geraakt met Paul van Loo.
Zijn gevoelige teksten weten telkens onze snaren te treffen. Met name waar het gaat om relaties binnen familie (b.v. ouders/kinderen).

Dit liedje gaat over vader en zoon. Het staat op de cd De Vertellers. Een verzameling van prachtige luisterliedjes.
Onder het licht van de lantaarn komt de inspiratie volledig tot leven en tot zijn recht.

 

Voor de mensen die niet alles verstaan is hier de volledige tekst in het Nederlands:

‘Het huis uit, de stad in, ’t is alsof jouw leven mij omringt
Jouw ziel, jouw gedachten, alsof de dood van achter op me springt
En de hemel, de hemel, die voller is dan het land kan zijn, de hemel

Maar ik zoek niet naar de hemel, ik zoek niet naar de hel
Ik zoek naar de verhalen, die niemand meer vertelt
In het licht van de lantaarn, in regen en in wind
Opeens kom ik hem tegen, de vader van het kind

De stad uit, het bos in, duizend zielen zingen in de wind
Regen en tranen spannen samen, tot ik leeg ben en verblind
En de hemel, de hemel, die voller is dan het land kan zijn, de hemel

Refrein….

Het bos uit, de weg terug, ’t leven glinstert zacht
De lichtjes, de feestjes, het Glaspaleis weerspiegeld in de nacht
En de hemel, de hemel, die voller is dan het land kan zijn, de hemel

Refrein…..

Deze originele Nederlandse tekst behoort bij het lied ‘Lantaarn’ van de recent overleden zanger Thé Lau.
Ivo Rosbeek (arrangeur) en Paul van Loo (zanger) hebben de tekst vertaald in het Heerlens dialect.
Aan het slot van het laatste refrein hoor je Paul in het Heerlens dialect zingen:
‘Opeens kom ik je tegen, jij de vader, ik het kind’

 

Drama op de Spelen

De Olympische Spelen anno 2016.

Dat er sinds de eerste Olympische Spelen veel is veranderd, moge duidelijk zijn. Het is ook niet nieuw dat het belangrijkste sportevenement ter wereld  is geprofessionaliseerd en dat het inmiddels om astronomisch veel geld gaat.  Tegenstand en openlijke protestacties van de lokale bevolking worden niet of nauwelijks geacRuit_Geel_Vlam_1cepteerd, laat staan dat er iets door zal veranderen. De Spelen moeten koste wat kost doorgaan, altijd en overal.

Maar dat nog slechts winnen van levensbelang is, dat is wel erg opvallend.
Er moet gerouwd worden om een zilveren medaille, er wordt gewag gemaakt van het een na het andere drama wanneer iemand de verwachte en gehoopte medaille heeft gemist, verliezende topsporters staan jankend, trillend en snotterend voor de camera’s.  Alles wordt tot in de kleinste details door een horde aan journalisten, analisten, verslaggevers en presentatoren aan de wereld opgedrongen. Immers, sport is emotie en drama hoort bij sport net zoals euforie. Wanneer iemand de gouden medaille wint, stort zich een vloedgolf aan superlatieven over ons uit. Wordt er niet gewonnen, dan is er gefaald, klopt de voorbereiding niet, ligt het vaak aan allerlei zaken, behalve aan de sporter zelf. Het zijn opeens traumatische ervaringen, waaraan topsporters letterlijk en figuurlijk totaal kapot gaan aan omdat zij zelf, de verslaggevers en het volk vinden dat ze hebben gefaald.
Bij zilver en brons zijn teleurstellingen geen uitzonderingen meer en als er onverhoopt helemaal geen medaille is gehaald, dan is er sprake van een dramatische afgang, een  droom die uit elkaar spatte, van hoge verwachtingen welke niet werden waargemaakt.

Intussen hebben al heel wat topsporters trauma’s opgelopen. Is het niet vanwege ‘falen’ dan is het wel omdat ze naar huis werden gestuurd vanwege wangedrag. Regels zijn regels en daaraan dient men zich te houden. Behalve op het gebied van dopingcontroles en -procedures, daar wordt dan wel weer van afgeweken, immers de belangen zijn groot, nietwaar?
Huilende topsporters voor de camera’s, dát is pas échte televisie, zeggen de presentatoren. Dikke tranen biggelen langs wangen, onderwijl komt er uit de mond één brok frustratie en verdriet omdat niet werd voldaan aan de verwachting. Sommige atleten spreken openlijk hun twijfels uit over de prestatie van andere atleten. Sportiviteit in menselijke waarden zoals respect voor elkaars prestaties, zijn naar de achtergrond verdrongen, immers het gaat toch alleen maar om winnen? En dat kan er maar eentje!

Goud telt slechts. Af en toe wordt er ook nog gejubeld om zilver of brons, maar het hoogste schavot is het ultieme doel. Het volkslied is een noodzakelijke bijkomstigheid.. Nationalisme is iets voor het gepeupel, niet voor de atleet, die staat daar uitsluitend voor eigen eer en status. Soms zelfs ongeïnteresseerd en respectloos. De flanken zijn vaak bezet door mensen die op z’n minst teleurgesteld zijn of denken te hebben gefaald.

De Coubertin zou zich in zijn graf omdraaien als hij zou meemaken wat er verworden is van een sportevenement waarbij meedoen belangrijker is dan winnen. Duurbetaalde profs streven naar slechts één doel: de gouden plak, roem, geld en status. Jaren van voorbereiding gaan eraan vooraf. Dag en nacht heeft men ervoor geleefd.
Na verlies vertelt de atleet in de mixed-zone, een gebied waar journalisten vechten om hun eigen bestaan,  dat het lichaam kapot is, dat het klaar is, men kan niet meer. Sommige atleten hebben meer dan 10 jaar naar dat ene ultieme doel toegewerkt, namelijk goud halen op de Spelen.  Een nieuw trauma is geboren.
De t.v. is vergeven van de sport, en alsof dat nog niet genoeg is, kletst een leger aan analytici, betweters en presentatoren de uren aan elkaar. Heeft men geen hete hangijzers, lees: medaillekandidaten, in het vuur, dan zijn er altijd wel conflicten, ruzies, incidenten en details waarover men oeverloos kletst.

Ondanks alles kijk ik met veel plezier naar de sport. Want sport op zich vind ik mooi, indrukwekkend en soms spectaculair. Vooral de individuele sporten, waar man tegen man, vrouw tegen vrouw, vechten voor de winst.  Brood en Spelen, daar gaat het immers om, eten en amusement, panem et circenses zoals de Romeinen dat al duizenden jaren geleden propageerden. Toen was er van De Coubertin nog geen sprake, laat staan van Olympische Spelen.  Aan hoge verwachtingen had men toentertijd niets, de duim des keizers besliste of je won of verloor, of je leefde of stierf.
Tegenwoordig worden hoge verwachtingen simpelweg afgestraft met zware teleurstellingen. Daar heb je geen keizer voor nodig, dan doen de spelers en het volk zichzelf wel aan.

De dramatiek is nooit verdwenen, net zoals de euforie.

Kind!

Dit schilderij van mijn broer Alfons inspireerde mij in  2007 tot het schrijven van onderstaande tekst.
16 Kind op stoelschilderij: Alfons Smeets

“Kind”
 
Kom op kind, sta op uit die stoel, durf op pad te gaan naar het avontuur,
het leven lacht je toe, het staat in je gezicht geschreven.
 
Je lacht, bent spontaan, eerlijk, open en onbevangen,
echt ’n kind, zoals ’n kind een kind kan zijn.
 
Zie je niet dat jij het zélf bent, dat kind?
Je voelt de speelsheid misschien niet meer,
omdat de werkelijkheid van jouw wereld een andere is geworden.
 
Voel de emotie als je in de ogen van dit wezen kijk en kijk in de spiegel, van jezelf.
Je zou graag zélf uit die stoel op willen staan, als je de moed maar had.
 
Het kind heeft die moed, gun het kind die moed en moedig het aan.
Dat is jouw uitdaging, kind!

Laten we oversteken

In onze steeds complexer wordende samenleving zijn velen de weg kwijt en zijn op zoek naar een handreiking om over te steken naar rustiger oorden, om het leven op de rails te krijgen, op zoek naar liefde en genegenheid.
In hun hoofd heerst chaos, het wordt lastig om de brug te vinden die de oversteek is naar een comfortabeler leven.
Deze foto van Jacco Bezuijen, politieman, schrijver en blogger inspireerde mij om er een tekst bij te schrijven.

Mist Jacco BezuienTranséamus…laten we oversteken

 

De wereld wordt stiller en stiller bij het zien van de vervaging ervan. Al wat leeft is in mist gehuld. De brug handhaaft zich zonder mokken in zijn taak om te verbinden.

Stap over de brug en treedt zonder vrees de andere kant tegemoet. Laat je verrassen door het onbekende. Wie weet ontmoet je aan de overkant interessante mensen, passanten die de moeite waard zijn om ze te begroeten of een praatje mee te maken.

De bomen zijn jouw steunpunten, zoals de brug rust op hoofden. Deze hoofden denken niet na over de vraag waarom ze de brug dragen, zij doen het gewoon, zoals de bomen er gewoon staan, omdat ze alleen daar kunnen groeien in hun bestaan.

Vandaag tonen de wachters van de brug treurnis omdat de mist de oversteekplaats lijkt te verdoezelen. Je zou ook kunnen denken dat ze jou willen begeleiden en beschermen bij het maken van de oversteek.

Ga! Stap voort! Durf naar de overkant te gaan. De brug, de mist en de bomen zijn symbolen van jouw levensweg. Een weg, die nu even door het natuurverschijnsel vervaagt, maar als je eenmaal aan de overkant bent, lacht het zonlicht je toe.

Gegarandeerd.

 

stress in het hoofd

BLAUWEDIENDER-07ABewegingswetenschapper Peter Renden van de Vrije Universiteit Amsterdam deed, samen met een aantal andere wetenschappers,  onderzoek naar het trainen van politieagenten in stressvolle situaties en promoveerde daarmee in 2015 . Hij stelt dat er sprake kan zijn van een acute levensbedreiging en er moet al heel snel in split seconds worden gehandeld. Renden heeft het over “vette stress”, waardoor je niet altijd kunt uitsluiten dat het anders loopt dan je wilt. Stress hakt in op je vaardigheid van handelen. Hij stelt voor dat er meer uren en vooral realistischer wordt getraind door de politie. Hij duidt met name op zelfverdedigingstechnieken.
Lees verder →

Etnisch profileren

F1000011Rapper Typhoon werd gecontroleerd door de politie. Hij liet via Twitter weten dat de controle niet was vanwege een verkeersovertreding, maar omdat…
Prompt waren de rapen gaar. De drie puntjes aan het eind van de tweet zorgden daar wel voor.
Gevolg: binnen de kortste keren hing jan en alleman in de gordijnen. Zie je wel, de politie profileert wel degelijk op etnische gronden.
Lees verder →