Achter het sjpoar (achter het spoor)

Gezien vanaf de eerste verdieping van mijn ouderlijk huis.

In een dorp als Oud-Geleen was er na de oorlog een heuse baby-boom. Het ene na het andere grote gezin werd als het ware uit de klei gestampt. Nou ja, uit de klei, je snapt wel wat ik wil zeggen. Dat hoeft geen verder betoog.
Zo werd ook het gezin Smeets aan de Bergstraat, oftewel achter het sjpoar, binnen een tijdsbestek van veertien jaar gesticht. Vader kwam als enig kind op de wereld en moeder maakte deel uit van elf kinderen. Misschien een logisch gevolg? In huize Smeets kwamen ook elf telgen ter wereld. De eerste tien tussen 1946 en 1956 om te eindigen met een nakomeling in 1960, op een dag dat de wereld zou vergaan. Ik was de middelste van het stel.

Wat ik eigenlijk wil zeggen is dat mijn ouders best wel trots waren op dat grote gezin. Vader had niet zoveel moeite met het maken van de kinderen. Daarbij komt dat in die tijd pastoor een duit in het zakje deed om te bevorderen dat de goddelijke boodschap zoals die vanuit de katholieke kerk werd gepropageerd, zoveel mogelijk werd vervuld. Niets mooiers dan een kind van God, nietwaar?
Vader moest zich wel af en toe krachtig laten horen om de poete in het gareel te houden. Zijn verbale dreigingen werden door ons weggelachen. Wij hadden heel snel door wat zijn bedoelingen waren, maar ja, jonge kinderen groeien op, halen kattenkwaad uit en soms ook wel het bloed onder nagels vandaan.
Uiteindelijk kwam alles goed in huize Smeets. Alle elf trouwden, de meesten kregen kinderen en zolang de ouders leefden, scheidde er niemand. Toen ik politieman werd hoorde ik hun vaak zeggen dat ze blij waren dat niemand van hun kinderen crimineel was. Ik was nog blijer. Stel je voor, ik zou waarschijnlijk nooit politieman kunnen zijn geworden. Soms sneuvelde een kip in de buurt omdat uitgeprobeerd werd hoever je een kip al slingerend kon weggooien. Ik heb altijd gedacht dat dit de reden was waarom wij, de jongens van Smeets, de bijnaam ‘kip’ kregen.

Wij werden volwassen en ieder ging zijn of haar weegs. Eentje werd boekhouder, een ander meubelmaker, ik werd politieman. Iedereen had werk, er waren er die in tuincentra aan het werk gingen, een ander maakte zich nuttig binnen de detailhandel, werkte in de bouw of ging aan de slag bij DSM. Vrouwen maakten zich nuttig in de gezinszorg of zorgden voor hun eigen gezin.
Maar, zoals het met al die grote gezinnen in het dorp ging. Kinderen vlogen uit, zij wisselden van beroep, kregen kinderen en iedereen ontwikkelde zich verder. Onze ouders werden op den duur steeds trotser op het grote gezin. Dat het soms wel eens teveel voor hun werd was evident. Stel je maar voor, op een zondagmiddag zaten we vaker met een man of twintig in de woonkamer.

Hun trots groeide toen ze schilderwerken konden bewonderen van een van hun zonen, van de groente- en fruitwinkel in het dorp, die er kwam omdat een van de jongens zijn droom liet uitkomen en van de hovenier die er een bijzondere filosofie op nahield. Zo had iedereen zijn of haar bijzondere kenmerken.
Dat er problemen ontstonden was niets nieuws in het dorp. Die waren er in bijna alle grote gezinnen. Sommigen verlieten het huis met ruzie, er werd weer bijgelegd, totdat er weer iets aan de hand was. Twee schoonzussen stierven helaas veel te vroeg. Toen vader en moeder stierven was er eigenlijk geen ernstig conflict meer.
Wij hebben op een waardige manier afscheid van hun genomen. Toen moeder werd begraven mocht ik mooie woorden spreken tijdens de dienst.

De Bergstraat bleef de Bergstraat, het huisnummer veranderde en wat door ons altijd De Baendj werd genoemd werd officieel Het Kwade Gat. Dat stukje weg maakt deel uit van de pelgrimsroute naar Santiago de Compostelo, vandaar de komst van naambordjes.
Wel mooi dat ons ouderlijk huis binnen de familie is gebleven. Onze ouders cultiveerden het stuk grond waarop het huis staat. Het werd een schitterende tuin. Een van de jongens was er al heel vroeg bij om het vak te leren.

Herinneringen aan vroeger worden nu in het huis en de tuin gedeeld.
De familie leeft voort, evenals de herinneringen. Uiteindelijk zullen ook deze vervagen, zoals alles vervaagt naarmate je ouder wordt.

Het leven gaat gewoon door. En dat is maar goed ook.

2 Comments

  1. Wat een mooi verhaal. Heerlijk om te lezen. Vooral omdat ik ook uit oud-geleen kom maar al in 1974 naar elders ben vertrokken. Maar de buurt waarover hier gesproken word is nog altijd bekend.

    Reply

Laat een bericht achter.