Over het weer gesproken

‘Wat ’n weertje hé?’

16la_koeien

Schilderij: Alfons Smeets Schin op Geul

Deze opmerking is in deze warme zomertijd de meeste gebruikte, wanneer bekenden (en soms ook onbekenden) elkaar toespreken. Volgens mij komt dat doordat er een verkleinwoord wordt gebruikt, dat de klemtoon op ‘weertje’ wordt gelegd en dat de woorden op een vrolijke, opgeluchte manier worden geuit.
Want zou je zeggen: ‘Wàt ’n weer, hé?’ en je legt de klemtoon op ‘wat’ en je klinkt ’n beetje sikkeneurig, dan weet je direct dat het buiten regent, stormt of te koud is.
Volgens mij is het weer het meest besproken onderwerp in ieders mensenleven. Ik laat me er hier ook door meeslepen.
Lees verder →

Onder het licht van de lantaarn

De muzikanten Ivo Rosbeek en Paul van Loo uit Heerlen hebben wij (mijn vrouw en ik)  in onze harten gesloten. Voor ons zijn zij dit op muzikaal gebied mensen die weten hoe ze anderen in hun hart en gevoel kunnen raken.
Intussen zijn wij min of meer bevriend geraakt met Paul van Loo.
Zijn gevoelige teksten weten telkens onze snaren te treffen. Met name waar het gaat om relaties binnen familie (b.v. ouders/kinderen).

Dit liedje gaat over vader en zoon. Het staat op de cd De Vertellers. Een verzameling van prachtige luisterliedjes.
Onder het licht van de lantaarn komt de inspiratie volledig tot leven en tot zijn recht.

 

Voor de mensen die niet alles verstaan is hier de volledige tekst in het Nederlands:

‘Het huis uit, de stad in, ’t is alsof jouw leven mij omringt
Jouw ziel, jouw gedachten, alsof de dood van achter op me springt
En de hemel, de hemel, die voller is dan het land kan zijn, de hemel

Maar ik zoek niet naar de hemel, ik zoek niet naar de hel
Ik zoek naar de verhalen, die niemand meer vertelt
In het licht van de lantaarn, in regen en in wind
Opeens kom ik hem tegen, de vader van het kind

De stad uit, het bos in, duizend zielen zingen in de wind
Regen en tranen spannen samen, tot ik leeg ben en verblind
En de hemel, de hemel, die voller is dan het land kan zijn, de hemel

Refrein….

Het bos uit, de weg terug, ’t leven glinstert zacht
De lichtjes, de feestjes, het Glaspaleis weerspiegeld in de nacht
En de hemel, de hemel, die voller is dan het land kan zijn, de hemel

Refrein…..

Deze originele Nederlandse tekst behoort bij het lied ‘Lantaarn’ van de recent overleden zanger Thé Lau.
Ivo Rosbeek (arrangeur) en Paul van Loo (zanger) hebben de tekst vertaald in het Heerlens dialect.
Aan het slot van het laatste refrein hoor je Paul in het Heerlens dialect zingen:
‘Opeens kom ik je tegen, jij de vader, ik het kind’

 

Kind!

Dit schilderij van mijn broer Alfons inspireerde mij in  2007 tot het schrijven van onderstaande tekst.
16 Kind op stoelschilderij: Alfons Smeets

“Kind”
 
Kom op kind, sta op uit die stoel, durf op pad te gaan naar het avontuur,
het leven lacht je toe, het staat in je gezicht geschreven.
 
Je lacht, bent spontaan, eerlijk, open en onbevangen,
echt ’n kind, zoals ’n kind een kind kan zijn.
 
Zie je niet dat jij het zélf bent, dat kind?
Je voelt de speelsheid misschien niet meer,
omdat de werkelijkheid van jouw wereld een andere is geworden.
 
Voel de emotie als je in de ogen van dit wezen kijk en kijk in de spiegel, van jezelf.
Je zou graag zélf uit die stoel op willen staan, als je de moed maar had.
 
Het kind heeft die moed, gun het kind die moed en moedig het aan.
Dat is jouw uitdaging, kind!

Laten we oversteken

In onze steeds complexer wordende samenleving zijn velen de weg kwijt en zijn op zoek naar een handreiking om over te steken naar rustiger oorden, om het leven op de rails te krijgen, op zoek naar liefde en genegenheid.
In hun hoofd heerst chaos, het wordt lastig om de brug te vinden die de oversteek is naar een comfortabeler leven.
Deze foto van Jacco Bezuijen, politieman, schrijver en blogger inspireerde mij om er een tekst bij te schrijven.

Mist Jacco BezuienTranséamus…laten we oversteken

 

De wereld wordt stiller en stiller bij het zien van de vervaging ervan. Al wat leeft is in mist gehuld. De brug handhaaft zich zonder mokken in zijn taak om te verbinden.

Stap over de brug en treedt zonder vrees de andere kant tegemoet. Laat je verrassen door het onbekende. Wie weet ontmoet je aan de overkant interessante mensen, passanten die de moeite waard zijn om ze te begroeten of een praatje mee te maken.

De bomen zijn jouw steunpunten, zoals de brug rust op hoofden. Deze hoofden denken niet na over de vraag waarom ze de brug dragen, zij doen het gewoon, zoals de bomen er gewoon staan, omdat ze alleen daar kunnen groeien in hun bestaan.

Vandaag tonen de wachters van de brug treurnis omdat de mist de oversteekplaats lijkt te verdoezelen. Je zou ook kunnen denken dat ze jou willen begeleiden en beschermen bij het maken van de oversteek.

Ga! Stap voort! Durf naar de overkant te gaan. De brug, de mist en de bomen zijn symbolen van jouw levensweg. Een weg, die nu even door het natuurverschijnsel vervaagt, maar als je eenmaal aan de overkant bent, lacht het zonlicht je toe.

Gegarandeerd.

 

Brrr….

31-Winterlandschap3

 

Brrr……

De ijzige kou strijkt langs mijn gezicht, bijna de zweetparels bevriezend,
terwijl ik opklim tegen de heuvel, door een smalle enge holle weg

Daarboven kan ik mij vastgrijpen aan de takken en me verder naar boven hijsen,
ik dreig terug te glijden naar beneden, op de spekgladde besneeuwde bodem van het pad

Al vechtend en worstelend kom ik boven, want ik daar moet ik zijn,
omdat daarachter mijn geluk ligt, ook al besef ik dat ik over de top naar beneden kan duikelen

De angst is overwonnen.

Schilderij: © Alfons Smeets
Tekst: © Jacques Smeets

Vrij als een vogel

Vrij als een vogel
Vrij als een vogel.
Zo vrij als een vogel, zoekend op de golven van het leven, naar een nieuwe horizon.
Daarachter, nieuw land, nieuw leven.
De wind blaast mij er naartoe, ik hoef het slechts toe te laten, met de wolken mee, zij blazen mij voorwaarts,
Kom op, je durft het, wees niet bang voor de golven en de wind, zij doen je geen kwaad.
Maar als jij er tegenin gaat, kom je niet verder,
dan zal het steeds langer duren voordat je het nieuwe land bereikt……….
het land van de uitdaging.
Schilderij: © Alfons Smeets
Tekst: © Jacques Smeets

Een uiltje knappen

Boer tegen muur 2

De handen diep weggestoken in de zakken van de versleten broek,
De overjarige jas stevig dichtgeknoopt tot aan de nek
De klompen aan de voeten lijken zich erbij te hebben neergelegd.
Zich niet bewust van de pijn in botten en spieren
Even bijkomen van de noeste arbeid op het land en in de hoeve
De wereld trekt ongemerkt aan hem voorbij.
De zon werpt zijn schaduw tegen de muren van zijn woonstee
Achter het raam pruttelt de pot ritmisch op het fornuis
De tijd wegtikkend, seconde na seconde, minuut na minuut, uur na uur.
Dit tafereel brengt mij in vervoering
Ik voel me weer kind bij de boerenfamilie op de boerderij.
Een uiltje knappen was iets alledaags…toen.
©Schilderij: Alfons Smeets
©Tekst: Jacques Smeets

Tunnelvisie

35-Tunnelvisie
“Een wijze van zien”
Sommigen zeggen dat je voorzichtig moet zijn voor de ontwikkeling
van een tunnelvisie. Je zou verstrikt kunnen raken in je eigen
inzichten en overtuigingen.
Toch heeft ook een tunnel een in- en een uitgang,
een voor- en een achterkant.  In moderne managerstaal spreekt men graag
over wat zich aan de voorkant ontwikkelt. Zelden hoor je over de uitkomst aan de achterkant.
Maar om aan de andere kant te komen, zul je er toch doorheen moeten.
Op zich is dat geen probleem, als je maar beseft dat een tunnel ook een buitenkant heeft,
die druk uitoefent en daardoor een zekere dreiging voor instorting in stand houdt.
Geen nood, aan het begin en aan het eind van de tunnel is er altijd licht.
Schilderij: © Alfons Smeets | Tekst: © Jacques Smeets