Dan had je maar niet bij de politie moeten gaan

Als politieman maak je gedurende je carrière heel wat mee. Eenmaal gepensioneerd, moet je het doen met wat je leest en hoort over het politiewerk. Vaak gaat het ook om negatieve zaken, zoals het geweldgebruik door en tegen politiemensen, criminele activiteiten die de een of andere diender heeft ontplooid of over (schijnbare) onnozelheid in het optreden. Er wordt gescholden, gelachen, gehoond en bekritiseerd. Politiewerk is echter veel meer dan dat. Wat dacht je hiervan?

Het was op een vroege maandagochtend. Ik had de zogenaamde noodhulp, samen met een jonge vrouw die pas geleden was geslaagd voor haar opleiding. In de politieauto spraken wij over de belangrijke dingen die in de rapporten over het voorbije weekend stonden. Er was het hele weekend iets aan de hand geweest op een adres waar mogelijk iemand zich van het leven had willen beroven. Wij werden onderbroken door de centrale meldkamer. Of wij met spoed naar een adres wilden rijden, waar mogelijk sprake zou zijn van een suïcide. Het bleek om het adres te gaan waarover wij zojuist spraken.

Op de plek aangekomen stond de voordeur van de woning al open. Een man kwam ons vanuit het huis tegemoet gelopen en vertelde ons recht voor de raap en enigszins boos, dat wij te laat waren en dat we boven moesten zijn. Achter de man stond een vrouw, helemaal overstuur. Ze zei huilend dat hij het toch had gedaan. De vrouw wilde naar boven, naar haar zoon. Oei, dus toch suïcide?
Plotseling liep de vrouw naar boven, rende de slaapkamer in en pakte de jongen huilend en schreeuwend vast bij zijn benen.
De collega’s van de Technische Recherche (TR) waren er nog niet, wel een arts, die ons direct liet weten dat de jongen dood was. Boven gekomen zagen wij een jongeman roerloos en met gesloten ogen voor het raam hangen. Het touw dat om zijn nek zat, was bevestigd aan de gordijnenrail. Het was een hartverscheurend tafereel om die moeder zo aan die benen van haar dode zoon te zien hangen. Zij kreeg geen antwoord meer.
‘Wat heb je gedaan, jongen, wat heb je gedaan? Eerst je broer en nu jij. Waarom toch, waarom?’
Haar woorden gingen door merg en been en sneden door mijn hart.
Ik keek mijn collega aan en fluisterde: ‘Hoor je dat, zij heeft het over zijn broer. Wat is hier aan de hand?’ Mijn collega vertelde dat zij in de dagrapporten had gelezen dat zijn tweelingbroer zich vorig jaar ook van het leven had beroofd. Ik merkte aan haar dat zij behoorlijk van streek was. Het leek alsof zij versteende toen zij de slaapkamer binnen liep.
‘Dat gaat niet goed’, schoot het door mijn hoofd en ik vroeg aan haar of zij met de moeder naar beneden wilde gaan. Daar kon zij dan wachten op de TR.
Mijn college herpakte zich enigszins en het lukte ons de vrouw op een redelijk rustige manier naar beneden te brengen. De moeder vertelde huilend dat het precies een jaar geleden was dat zijn tweelingbroer zich van het leven had beroofd.

Daar sta je dan. Midden tussen een familie, waar zich binnen precies een jaar twee kinderen van hun leven beroven. Wat moet je dan nog zeggen? Helemaal niets, luisteren en stil zijn. De nabestaanden overdragen aan andere hulpverleners. Dat is wat je dan doet.
Uiteindelijk moet je echter ook gewoon je werk doen. Alles dient volgens de wet en de protocollen te verlopen. Mijn collega bleef beneden bij de familie en ik ging terug naar de slaapkamer om zo goed en zo kwaad het ging vast te leggen hoe wij de situatie hadden aangetroffen.
Intussen waren de collega’s van de TR gearriveerd en zij deden hun werk. De gemeentelijk lijkschouwer had de dood bevestigd en in afwachting van de komst van de lijkwagen, besloten wij de jongen in zijn bed te leggen om vervolgens de moeder en andere nabestaanden in de gelegenheid te stellen om te rouwen. Toen die klus was geklaard, werd de moeder weer naar boven geleid. Zij stortte zich opnieuw huilend en schreeuwend op haar dode zoon, waarna wij stilletjes het huis verlieten.

Dat zijn heftige ervaringen, kan ik je zeggen.
Vanwege privacy redenen zal ik verder niet uitweiden over hoe het mijn collega van destijds is vergaan. Wat ik er wel over kan zeggen is dat het ontzettend gecompliceerd is om een balans te zoeken en te vinden tussen het denken en het voelen met betrekking tot de confrontatie met menselijk leed.
Het lukt niet iedereen om dat in orde te krijgen. Deze collega heeft er een hele lange weg voor moeten afleggen en ik weet intussen uit ervaring ook, dat er heel veel collega’s worstelen met dit vraagstuk.

Laat ik hier de gedachte uitspreken dat mensen die zich nogal kritisch en ongenuanceerd uitlaten over de politie en het werk, enigszins tot bezinning komen en tegenover deze verhalen niet als eerste reageren met: ‘Dan had je maar niet bij de politie moeten gaan.’

3 Comments

  1. Het is niet het juiste woord, maar een mooie uitleg voor een situatie waar veel leed is en waar je inderdaad op dat moment ook niet altijd weet wat je moet doen. Een soort machteloosheid.
    Het geeft een goed beeld in waar een politie man of vrouw in kan belanden en dit ook maar moet kunnen verwerken. Procedures lossen dit ook niet op en op zo’n moment kan je eigenlijk niets goed doen om het leed te verzachten…

    Reply

Laat een bericht achter.