De Boekenbeurs

Een weekend in december. Boekenbeurs in Kermt-Hasselt (B.) Ik was daar, niet om tweedehands boeken te kopen maar om m’n eigen producties aan de man of vrouw te brengen.

Mijn twee boeken heb ik frivool en uitdagend uitgestald op de speciaal voor mij gereserveerde tafel. Samen met mijn waker van dienst: een miniatuuruitgave van De Blauwe Diender.
Ik werd, net als een hele keur aan andere schrijvers, uitgenodigd om mij tussen de handelaren te scharen, opdat er meer publiek op de beurs af zou komen. Een goed idee? Je weet het niet. Komen mensen alleen maar naar zo’n beurs om op zoek te gaan naar een speciaal boek dat niet meer in de handel te krijgen is of hopen ze te scoren met een of meerdere boeken voor een paar Euro’s? Zouden er echt mensen zijn die kennis willen maken met relatief onbekende schrijvers en een praatje aanknopen om daarna verblijd huiswaarts te keren in de gedachte dat zij niet alleen een bijzonder boek hebben aangeschaft, maar ook nog een mooi en diepgaand gesprek hebben gevoerd met de schrijver zelf?

Enfin, ik zat er dus ook, voor het tweede achtereenvolgende jaar. De letters en woorden in mijn boeken wachten geduldig op aandacht, immers daarvoor liggen ze er. Het waargebeurde verhaal over het leven van een inmiddels gepensioneerde politieman is heel iets anders dan de fantasieën in romans, thrillers, fantasy en kinderboeken. Mijn verhalen zijn een beschrijving van hevige confrontaties met menselijke ellende, in de andere boeken worden hersenspinsels over verlangens, romantiek, seks, geweld, intriges en allerlei andere innerlijke intrigerende werelden in plots, uitgebreid over het voetlicht gebracht.

Pak mijn buurman bijvoorbeeld. Piet Poell uit Maaseik. Zijn bundel columns draagt de titel ‘á la Lanterne’. Het is een kreet uit de Franse revolutie, waarmee de sansculotten de collaborateurs van het ancien régime ophingen aan de lantaarnpalen. Met ‘à la lanterne’ legt Poell een strop om de nek van bekrompen geesten, huichelaars en corrupte machthebbers. Hij doet dat met “rake grappen, scherpe bewoordingen en markante woordspelingen”, aldus zijn uitgever. Over Piet lees ik verder dat hij niet boos is, maar als hij boos wordt, jaapt hij met felle halen de frêle sluier open die de rotte plekken afschermt, als een chirurg op zoek naar de kwaal, maar dan met een kapmes. Misschien brengt in deze duistere tijden zijn onbeschaamde directheid nog enige verlichting.

Ik ken Piet al een paar jaar en ik weet waarover en hoe hij schrijft. Ik heb vrijwel al zijn columns in deze bundel gelezen. Ik vind ze oprecht héél bijzonder.
Als ik mij vanaf een afstandje zo naast hem zie zitten, denk ik, wat gek, een gezagsdrager pur sang en een verbale anarchist, een speler met vuur, zitten gebroederlijk aan tafel om hun hersenspinsels mee te geven aan toevallige passanten. Op straat, bij andere gelegenheden en in een andere hoedanigheid, zouden ze waarschijnlijk recht tegenover elkaar staan en wie weet met elkaar slaags raken.

Zo zitten we, geduldig wachtend op wat voorbij komt en in de stille hoop dat er ook af en toe iemand halt houdt bij de tafels, met elkaar te keuvelen over boeken, schrijvers, uitgeven, presenteren en inspiratie. Dat doen schrijvers blijkbaar. We nemen elkaars boek in de hand, schatten het op inhoud en af en toe werpen we er een blik in. Er wordt ook aan partnerruil met een andere schrijver gedaan. Ongegeneerd, zoals dat wel vaker wordt gedaan bij dit soort gelegenheden. Met gesloten beurs natuurlijk want het gaat uiteraard over het ruilen van elkaars boeken. Een mooi cadeautje voor mij en mijn lief.

Op een boekenbeurs is niet altijd alles wat het lijkt.

© Jacques Smeets 2018

2 Comments

Laat een bericht achter.