De tweeling

orchidee-2Als politieman maak je gedurende je carrière heel wat mee. Eenmaal gepensioneerd, moet je het doen met wat je leest en hoort over het politiewerk en meestal gaat het om de spannende en sensationele dingen, zoals boeven vangen, een wilde achtervolging of een spectaculaire redding. Vaak gaat het ook om negatieve zaken, zoals het geweldgebruik door en tegen politiemensen, criminele activiteiten die de een of andere diender heeft ontplooid of over (schijnbare) onnozelheid in het optreden. Er wordt gescholden, gelachen, gehoond en bekritiseerd. Complimenten komen meestal uit de politiekoker zélf.
Al met al is het politieberoep niet altijd even spannend, mooi en slecht als het wordt afgeschilderd. Politiemensen houden sommige dingen liever voor zich. Niet om ze verborgen te houden, maar omdat ze zo enorm pijnlijk en droevig zijn. Eigenlijk te triest voor woorden, zou je kunnen zeggen.
Sommige politiemensen, waaronder ik zelf, vertellen via blogs op Internet over hun persoonlijke ervaringen. Politiemensen, die deze artikelen lezen, herkennen zich direct in de verhalen, terwijl burgers zich nauwelijks kunnen voorstellen wat voor impact het heeft als je wordt geconfronteerd met iemand, die op een gruwelijke wijze om het leven werd gebracht, zich voor de trein heeft gegooid, lange tijd dood in een woning of in het water heeft gelegen.
Telkens als ik die verhalen op Internet voorbij zie komen, komen er bij mij herinneringen bovendrijven over zaken waarmee ik zelf te maken heb gehad gedurende mijn lange loopbaan. Toen ik recent een blog las over een zelfdoding door verhanging, moest ik direct denken aan de volgende tragische zaak, waarbij ik zelf betrokken was.

Het was op een vroege maandagochtend. Ik had de zogenaamde noodhulp, samen met collega A., een jonge vrouw die pas een paar maanden geleden was geslaagd voor haar opleiding. De leiding had mij gevraagd om haar een half jaar te begeleiden. In de politieauto spraken wij over de belangrijke dingen die in de rapporten over het voorbije weekend stonden. Er was het hele weekend iets aan de hand geweest op een adres waar mogelijk iemand zich van het leven had willen beroven. Er was diverse keren om politieassistentie gevraagd. Wij werden onderbroken door de centrale meldkamer. Of wij met spoed naar een adres wilden rijden, waar mogelijk sprake zou zijn van een suïcide. Het bleek om het adres te gaan waarover wij zojuist spraken.

Op de plek aangekomen stond de voordeur van de woning al open. Een man kwam ons vanuit het huis tegemoet gelopen en vertelde ons recht voor de raap, dat wij te laat waren en dat we boven moesten zijn. Achter de man stond een vrouw, helemaal overstuur. Ze zei huilend dat hij het toch had gedaan. De vrouw wilde naar boven, naar haar zoon. Oei, dus toch suïcide!
De collega’s van de Technische Recherche (TR) waren er nog niet, wel een arts, die ons direct liet weten dat de jongen dood was. Boven gekomen zagen wij vanuit de openstaande deur een jongeman roerloos en met gesloten ogen voor het raam hangen. Het touw dat om zijn nek zat, was bevestigd aan de gordijnenrail. De vrouw kwam huilend de slaapkamer binnen, pakte de jongen vast bij zijn benen en riep herhaaldelijk tegen hem waarom hij het toch had gedaan. Het was een hartverscheurend tafereel om die moeder zo aan die benen van haar dode zoon te zien hangen en  huilend en schreeuwend proberen een antwoord te krijgen van haar zoon. Antwoord, dat er nooit meer zou komen.
‘Wat heb je gedaan, jongen, wat heb je gedaan? Eerst je broer en nu jij. Waarom toch, waarom?’
Haar woorden gingen door merg en been en sneden door mijn hart.
Ik keek mijn collega aan en fluisterde: ‘Hoor je dat, zij heeft het over zijn broer. Wat is hier aan de hand?’ Mijn collega vertelde dat zij in de dagrapporten had gelezen dat zijn tweelingbroer zich vorig jaar ook van het leven had beroofd. Ik merkte aan haar dat zij behoorlijk ontdaan was. Het leek alsof zij versteende toen zij in de slaapkamer stond.
‘Dat gaat niet goed’, schoot het door mijn hoofd en ik vroeg aan haar of zij met de moeder naar beneden wilde gaan. Daar kon zij dan wachten op de TR.
Mijn college herpakte zich enigszins en het lukte ons de vrouw op een redelijk rustige manier naar beneden te brengen. De moeder kalmeerde ’n beetje en hortend en stotend vertelde zij en haar dochter, dat het precies een jaar geleden was dat zijn tweelingbroer zich van het leven had beroofd. Zijn tweelingbroer had het met die zelfdoding ontzettend zwaar gehad en raakte zelf ook in psychische nood. Ze wisten wel dat hij ook plannen had om uit het leven te stappen, maar zij bleven hoop houden dat hij er, met professionele hulp,  doorheen zou komen. Nu was het een voldongen feit en dat zorgde voor enorm verdriet.

Daar sta je dan. Midden tussen een familie, waar zich binnen precies een jaar twee kinderen van hun leven beroven. Wat moet je dan nog zeggen? Helemaal niets, luisteren en stil zijn. Uiteindelijk moet je echter ook gewoon je werk doen. Dat is zorgen dat alles volgens de wet en de protocollen verloopt. Mijn collega bleef beneden bij de familie en ik ging terug naar de slaapkamer om zo goed en zo kwaad het ging vast te leggen hoe wij de situatie hadden aangetroffen.
Intussen waren de collega’s van de TR gearriveerd en zij deden hun werk. De gemeentelijk lijkschouwer had de dood bevestigd en in afwachting van de komst van de lijkwagen, besloten wij de jongen in zijn bed te leggen om vervolgens de moeder en andere nabestaanden in de gelegenheid te stellen om te rouwen. Toen die klus was geklaard, werd de moeder weer naar boven geleid. Zij stortte zich huilend en schreeuwend op haar dode zoon.

Dat zijn heftige ervaringen, kan ik je zeggen.
Vanwege privacy redenen zal ik verder niet uitweiden over hoe het mijn collega van destijds is vergaan. Wat ik wel over kan zeggen is dat het ontzettend gecompliceerd is om een balans te zoeken en te vinden tussen het denken en het voelen met betrekking tot de confrontatie met menselijk leed.
Het lukt niet iedereen om dat in orde te krijgen. Deze collega heeft er een hele lange weg voor moeten afleggen en ik weet intussen uit ervaring ook, dat er heel veel collega’s worstelen met dit vraagstuk.

Laat ik hier de gedachte uitspreken dat de korpsleiding van de Nationale Politie in 2017 en de volgende jaren enorm haar best gaat doen om ervoor te zorgen dat collega’s die, als gevolg van de confrontatie met menselijk leed en/of agressie en geweld, niet meer tussen het wal en schip raken of zich in de steek gelaten hoeven te voelen. Dat er alles wat mogelijk is wordt gedaan om jonge studenten terdege voor te bereiden op dat wat hun te wachten staat in hun aanstaande langdurige carrière en dat er altijd een adequate en professionele opvang en begeleiding zal zijn voor hen, die helaas toch uit balans raken of zijn geraakt.

Via deze weg wens ik iedereen een voorspoedig, gelukkig en gezond 2017 toe.

7 Comments

  1. Dit verhaal roept bij mij weer de beelden op van een suïcide van een destijds 16-jarige jongen. Hij benam zichzelf van het leven door zich met het politiedienstpistool van zijn vader door het hoofd te schieten. Dit zijn ervaringen die je nóóit meer vergeet!

    Reply
    • Dag Ad,

      Iedere politieman of – vrouw creëert gedurende zijn of haar loopbaan een zogenaamd ‘verhalenlandschap’. Zoiets gebeurt in je hoofd, maar door de jaren heen zie je steeds meer plaatsen/locaties/woningen waar de een of andere heftige gebeurtenis is geweest en waar je bij bent geweest.
      Het blijft altijd lastig om er zomaar iets over te zeggen of te schrijven, aangezien je nooit weet of je er mensen een plezier mee doet of dat je er mensen opnieuw mee in de put werkt.
      Uit de reacties op te maken is het in orde dat ik het doe. Dat geeft mij in elk geval een goed gevoel.

      Reply
  2. Mooi gezegd, Jacques,
    ik heb niet de pretentie te weten hoe je als politieman omgaat met wat er op je af komt, maar mijn inlevingsvermogen weet intussen meer dan genoeg. Het is wat je zegt: zo triest dat het niet in woorden uitgedrukt kan worden.
    Stilte en een luisterend oor.
    Ook een gezond 2017!

    Reply
  3. Beste vriend, Hier krijg ik rillingen van over mijn lijf. Drie weken geleden hebben we ook binnen de familie zoiets meegemaakt ik kan je zeggen dat het een klap is. Bedankt dat je me deelgenoot wilde maken van je klein stukje van je ervaringen. Ik heb en krijg steeds mee respect voor politiemensen en zie ze niet als bonnetje mensen die je het leven zuur maken. Nog maals dank en ook voor jou en je collegae een fijne maar vooral rustige jaarwisseling.
    MVG,
    Fons

    Reply
  4. Beste vriend, Hier krijg ik rillingen van over mijn lijf. Drie weken geleden hebben we ook binnen de familie zoiets meegemaakt ik kan je zeggen dat het een klap is. Bedankt dat je me deelgenoot wilde maken van je klein stukje van je ervaringen. Ik heb en krijg steeds mee respect voor politiemensen en zie ze niet als bonnetje mensen die je het leven zuur maken. Nogmaals dank en ook voor jou en je collegae een fijne maar vooral rustige jaarwisseling.
    MVG,
    Fons

    Reply
    • Dag Fons,

      Zo zie je maar. Het gebeurt altijd weer ergens en dat zal helaas ook zo blijven. Het doet mij goed te vernemen dat jij het goed vindt dat ik je deelgenoot wilde maken van mijn ervaringen. Voor jou is het een totaal andere beleving en ik begrijp heel goed dat het een hele klap is. De gevoelens van jou en de andere betrokkenen zijn niet dezelfde als die van mij. Dat is wat ik begrijp, maar antwoord vinden op het waarom blijft voor iedereen ontzettend moeilijk. Ook voor mij. Nabestaanden blijven vaak hun hele leven lang zitten met onbeantwoorde vragen en dat maakt het nog eens extra moeilijk. Heel veel sterkte gewenst. Wellicht kunnen we het er eens over hebben als we elkaar ergens tegenkomen.

      Reply

Laat een bericht achter.