Een andere kijk op daders en slachtoffers

Er zijn van die gebeurtenissen in iemands leven, die nooit meer worden vergeten, zeker als ze een diepe indruk hebben gemaakt. Als iemand slachtoffer van een misdrijf is geworden, kan het leven van die persoon en dat van zijn of haar omgeving drastisch veranderen. Het lijkt daarom zinvol om hier eens bij stil te blijven staan. Politiemensen hebben dagelijks te maken met daders en slachtoffers. Niet ieder misdrijf wordt even ernstig opgevat, zowel door de burger als door de politie. Het hangt van de ernst van het feit af hoe slachtoffers en daders worden benaderd. Eén zaak is voor de meesten onder ons wel duidelijk: datgene wat de dader het slachtoffer aandoet is verkeerd of abnormaal en moet daarom bestraft worden. Als er sprake is van onderling geweld in de criminele sfeer dan zijn we nog wel eens geneigd om te zeggen: eigen schuld, dikke bult.

Er bestaat ook een mogelijkheid om daders en slachtoffers in een andere, voor velen misschien wel ongewone of zelfs niet bespreekbare samenhang te zien. Ik spreek regelmatig over begrippenparen die elkaars tegengesteldheden zijn en derhalve bestaan op basis van de wetmatigheden tegengesteldheid (polariteit), verwantschap (affiniteit) en weerklank (resonantie). Dader en slachtoffer vormen ook zo’n begrippenpaar.

Wij vinden het rechtvaardig wanneer slachtoffers de daders aanwijzen als veroorzakers van het misdrijf en wij vinden het onrechtvaardig wanneer daders anderen, zoals b.v. opvoeders, school, overheid, verkeerde vrienden of omstandigheden, die volgens eigen opvatting buiten hen zelf liggen, als schuldigen aanwijzen. Aan slachtoffers moet hulp worden verleend en daders horen zo ver en lang als mogelijk opgesloten te worden. Wanneer er sprake is van kindermoord en –verkrachting dan ontstaat al snel de discussie over herinvoering van de doodstraf.

Het begrippenpaar dader/slachtoffer vormt esoterisch psychologisch gezien een onscheidbare éénheid, die de mens op zich niet kan verbreken. Alle inspanningen die gericht zijn op één van beide polen, zullen tegelijkertijd hun evenredige uitwerking hebben op de andere pool. Ze zullen elkaar evenredig in balans houden, hoe je het ook wendt of keert.
“Wie bewust het ene voedt, voedt onbewust evenredig het andere” zegt een esoterische wijsheid. Voor de meeste van ons is dit onbegrijpelijk en misschien ook wel onacceptabel. Wij willen toch altijd slachtoffers helpen, troosten, het gevoel van onveiligheid wegnemen, terwijl wij de daders harder willen straffen, langer willen opsluiten, meer willen laten betalen enz?
Wij zijn tégen geweld, criminaliteit, oorlog enz., terwijl we vóór verdraagzaamheid, veiligheid en vrede zijn. De zg. exacte bewijzen voor deze tegengesproken beweringen steunen in werkelijkheid op waarnemingen van samenhangen, de correlaties. Bij een beroving is het de overvaller die het slachtoffer beroofde en dus wordt de overvaller uiteraard gezien als de dader. Bij een auto-ongeval is het de dronken bestuurder, die geen voorrang verleende en dus zien wij hem als directe oorzaak van het ongeval. Als iemand wordt mishandeld is dat in andermans ogen heel vaak zonder enige aanleiding en is de aanvaller zonder meer de oorzaak van het zinloos geweld.

Op het functionele vlak is er altijd een verklaring. Er zijn tegenwoordig steeds meer mensen, ook binnen de overheid, scholen, bedrijven e.d. die dit soort zaken in een groter verband gaan zien. Men ziet het steeds meer als een sociaal/maatschappelijk probleem, waar wij gezamenlijk verantwoordelijkheid voor dragen. Zodoende heeft de functionele verklaring een diepere betekenis gekregen en nadert hij allengs de interpretatie van de gebeurtenissen op een inhoudelijk niveau. Het zijn niet meer alléén de uiterlijke vormen die betekenis krijgen. De natuurlijke wetten van affiniteit en resonantie zorgen ervoor dat wij nooit met iets in contact komen, waarmee we niets te maken hebben en dat wij derhalve onze eigen ongevallen en gebeurtenissen als het ware uitzoeken, ook al zijn we ons daar niet van bewust. Dat klinkt op het eerste oog erg tegenstrijdig en bij een dergelijke beschouwing wordt er direct geroepen: “wat krijgen we nou, ik heb dit toch niet gewild, ik heb er toch niet om gevraagd beroofd te worden, om slachtoffer te worden?”

Functioneel gezien is deze vraag gerechtvaardigd; inhoudelijk beschouwd zijn wij het echter zelf, die de verantwoordelijkheid dragen voor alles wat ons in het leven overkomt. Hier zijn emoties als leuk, prettig, vervelend, bedreigend of beangstigend uitsluitend persoonlijke innerlijke gevoelens, die met de mens zélf  te maken hebben en niet met die gebeurtenissen. Natuurlijk kun je die zaken niet aan de kant schuiven, want de impact die een misdrijf op het individu maakt, kan enorm zijn.

De mens is dader en slachtoffer tegelijk. Wij zien steeds alleen maar één aspect van het begrippenpaar en het hangt er dus vanaf in welke positie wij ons bevinden om te bepalen of wij dader of slachtoffer zijn. Met welk gemak zeggen wij niet: “als je met zoveel geld op straat loopt dan vraag je er om beroofd te worden.”

Sommige mensen maken onbewust wel eens een opmerking die de samenhang verduidelijkt. Bij een overval waarbij veel geld en kunstwerken werden gestolen zei het slachtoffer op een bepaald moment zomaar ineens tegen mij: “misschien ben ik het zelf schuld, ik ben ook zo hebzuchtig, als ik iets zie dat ik mooi vind, moet ik het hebben, wat het ook kost; ik hecht enorm veel waarde aan de dingen die ik heb verzameld, eigenlijk kan ik niets missen.”

Als je de samenhang tussen de begrippen dader en slachtoffer goed begrijpt, krijgen die woorden van dat slachtoffer wel een héél bijzondere betekenis. Het slachtoffer etaleert hier onbewust en vooral eerlijk zijn eigen hebzucht en materialisme en zou zich feitelijk niet hoeven te verbazen dat hij beroofd wordt.
De dader toont eveneens een vorm van hebzucht en materialisme. Zodoende zou je de beroving op zich kunnen zien als een karikatuur van zijn eigen karaktereigenschappen.

Uiteraard zijn deze beschouwingen geen enkele legitimatie voor willekeurig gedrag van wie dan ook en rechtvaardigen ze op geen enkele wijze die gewelddadige beroving of welk crimineel gedrag dan ook. Het is ook niet zinvol om ongevraagd met een slachtoffer of een dader een gebeurtenis op deze manier te gaan bespreken. Het zijn beschouwingen, interpretaties die net zoveel bestaansrecht hebben als de functionele verklaringen. Om ze voor iemand nuttig te maken, zal de bewustzijnstoestand ongeveer gelijkwaardig moeten zijn aan het niveau van de kennis over dit onderwerp.

Het vergt van politiemensen erg veel zelfkennis om dader en slachtoffer op deze manier te gaan bekijken. Werkdruk, spanningen, persoonlijkheid, wetten en regels maken het voor de individuele mens erg ingewikkeld om zich überhaupt zodanig in te stellen. In de eerste plaats zal men zich ervoor moeten kunnen, willen en vooral durven openstellen. Wie doet dat heden ten dage nog binnen politiekringen?
Wellicht zou er in de toekomst binnen de opleidingen wat meer ruimte gecreëerd kunnen worden voor het verkrijgen van meer inzicht in de persoonlijke ontwikkeling van de student, zodat deze tijdens de uitoefening van zijn of haar beroep niet zo snel meer voor onaangename verrassingen komt te staan. Dan hoeft er niet meer geroepen te worden: “Waarom overkomt mij dat nu?”

Er zal meer inzicht worden verkregen over de samenhang tussen alcoholgebruik en geweld, tussen het agressieve gedrag van de burger ten aanzien van de wetshandhavers en hulpverleners. Ik hoef mij er niet meer zó druk over te maken, omdat ik met pensioen ben.  Wellicht dat ik iets kan aanreiken aan jongere collega’s en ervaren politiemensen of wie dan ook, zodat ook zij op een bepaald moment iets meer gaan nadenken over hun denken en handelen. Of mijn geschrijf zal aankomen bij criminelen en daders van geweld, lijkt mij iets te ambitieus voorgesteld.

Ik ben al blij als zich er iemand voor open wil, kan en durft te stellen.

©2018 Jacques Smeets

2 Comments

    • Dag Paulien,

      Dank voor het doorgeven van dit gesprek. Een bijzonder gesprek, dat nooit gevoerd of beluisterd zal worden binnen(extreem)rechtse kringen.
      In Nederland hebben we een stelsel dat gericht is op preventie en op vergelding. In de Nederlandse samenleving ligt de nadruk nog steeds op vergelding, je ziet dat er ook steeds hogere straffen worden opgelegd voor misdrijven gericht tegen bepaalde categorieën mensen. Resocialisatie staat uiteraard ook hoog op de agenda en er wordt heel veel werk en geld in gestoken. Jesse en Rutger hebben het er niet voor niets over dat Nederland al snel na Noorwegen wordt genoemd als het gaat om de humane benadering van gedetineerden. Binnen de samenleving heersen echter totaal andere opvattingen hierover, totdat men zelf in de gevangenis terechtkomt.
      Ik ontvang nog steeds deBonjo, een krant over strafrecht en detentie. Ik heb voor dit blad een aantal artikelen geschreven. (http://www.bonjo.nl/de-bonjo-krant). Zij schrijven veel over dit thema, alhoewel het ook opvalt dat deze krant een soort platform is voor de advocatuur, één van de partners in de strafrechtketen.

      Persoonlijk ben ik er van overtuigd dat harder straffen en een minder humane detentie zal leiden tot meer en zwaardere criminaliteit. Immers, wanneer je de ene pool van de tegengesteldheid bewust voedt, wordt de andere pool onbewust synchroon en evenredig gevoed. Velen zijn zich niet bewust van deze natuurlijke wet(matigheid). Mensen zijn vooral gericht op één pool van de tegengesteldheid.
      Ik vermoed dat de mensen in Noorwegen veel meer inzicht hebben in deze materie, anders zou je nooit op die manier kunnen handelen.
      Het enige wat jij en ik kunnen doen, deze berichten lezen en verder verspreiden, zonder iets op te willen leggen, de mensen zelf laten beslissen of ze het willen lezen en of ze er zelf iets mee willen doen.

      Ondanks al deze mooie inzichten moet ik ook eerlijk bekennen dat ik schrok van het bericht dat Paul S., de man die in 2003 vier mensen doodschoot en daarvoor 20 jaar gevangenisstraf en t.b.s. kreeg. Hij werkt nu al, onder begeleiding, in een sociaal café te Groningen. Toch zal hij nog onder behandeling blijven omdat men in de t.b.s.-kliniek er niet van overtuigd is dat hij niet zal recidiveren. Mijn eerste gedachte ging naar de nabestaanden: ‘hoe zullen zij hierover denken, waar is de vergelding, hij had eigenlijk levenslang moeten krijgen’. Blijkbaar zitten die opvattingen ook bij mij nog diep in mijn systeem geworteld. Overigens word ik niet boos bij het lezen van zo’n bericht, immers ik besef me ook goed dat dit nu eenmaal ons rechtssysteem is. Wat daar in Noorwegen gebeurt, vindt plaats in een totaal andere samenleving dan de onze. Dat moet ook worden meegewogen. Er gelden andere normen en waarden. Dat geldt overigens voor elk land. In een land waar de regel geldt: oog om oog, tand om tand, zal een heel ander rechtssysteem gelden dan waar men meer sociaal ingesteld is.

      Nogmaals dank voor dit mooie gesprek,

      Hartelijke groet,
      Jacques

      Reply

Laat een bericht achter.