Een zacht briesje

Onderstaande column schreef ik 6 jaar geleden. Aanleiding was een bezoek aan pater Nies van Lier  te Heythuysen. Hij was ten tijde van de verdwijning en dood van Nicky Verstappen pastoor van Heibloem, het dorp waar Nicky vandaan kwam. De dood had een enorme indruk gemaakt in Heibloem, terwijl het onderzoek en uitlatingen van allerlei mensen de inwoners van het dorp tot stilzwijgen bracht. Niemand bleek meer bereid te zijn om iets te vertellen. Nies van Lier sprak de kerkbezoekers tijdens de preken rechtstreeks aan op dit gedrag, hetgeen hem niet in dank werd afgenomen. Hij was sowieso al een soort ‘rebel’ binnen de R.K. kerk, immers hij had vaker openlijk gezegd dat de kerk ‘uitgepraat’ was en dat wij mensen ons niet meer naar het kruis moesten richten.
Toen ik pater van Lier voor het eerst ontmoette wist ik van zijn bestaan niet af en evenmin van zijn betrokkenheid bij Heibloem. Dat ik de column nu hier plaats heeft te maken met het feit dat ik recent een e-mail van pater van Lier kreeg waarin hij het betreurde dat de media geen aandacht had besteed aan het feit dat het op 10 augustus 20 jaar geleden was dat Nicky verdween en dood werd aangetroffen.  Ik was een paar weken daarvoor bij hem op bezoek geweest, samen met mijn vrouw. Wij bezochten hem in de afgelopen jaren minstens een keer per jaar en tijdens onze gesprekken kwam Nicky Verstappen steeds ter sprake. Wij hebben tijdens ons recente bezoek kort gesproken over het lopende DNA-verwantschapsonderzoek. Blijkbaar hield hem deze kwestie tot op de dag van vandaag bezig. Op dat moment konden wij niet bevroeden dat een paar dagen later het bericht over een ‘match’ en de signalering van een verdachte het nieuws beheersten.
Toen ik zijn bericht las dacht ik terug aan onderstaande artikel, dat ik in die tijd ook naar de krant stuurde.

Een zacht briesje.

Zondag, 28 oktober 2012.

Zomaar een zondag, een frisse sombere herfstdag. Een zacht briesje begeleidt ons naar Midden-Limburg. We gaan op bezoek bij pater Nies van Lier in het zorgcentrum De Kreppel te Heythuysen.
Nies van Lier is een 87 jarige gepensioneerde geestelijke, iemand die vanaf zijn jeugd geestelijke wilde worden, niet omdat het zijn roeping was, maar omdat hij dan naar het gymnasium kon. Hij is de oudste zoon in het gezin van 11 kinderen. Zijn ouders hadden een boerenbedrijf in een Midden-Limburgs dorp, zoals er toen zovelen waren. In dat dorp gebeurde er niet veel, dus speelde zich het jeugdleven van Nies voornamelijk op en rond de boerderij af. Naarmate de kinderen ouder werden was het ook snel duidelijk dat studeren er niet in zat. Er was echter één uitzondering; degene die geestelijke zou willen worden – en dat moest er minstens één uit het gezin zijn – mocht naar het gymnasium. Voor Nies was dit dé gelegenheid om toch te kunnen gaan studeren, dus liet hij zijn ouders onomwonden weten dat hij graag geestelijke wilde worden. Zijn aandacht voor het vrouwelijk schoon zat in die tijd sowieso ver verscholen in zijn bestaan.
Aldus geschiedde. 

Ik leerde Nies van Lier in oktober 2010 kennen. Intussen alweer bijna 8 jaar geleden. Nies was toen 85 jaar oud. Op een van de zaterdagen in die maand las ik een artikel van deze man in de krant. Ik begreep dat hij nog zeer actief in het leven stond, preken schreef en zelfs een website onderhield.

“Noem mij vooral mens” zijn zo ongeveer de laatste woorden in dit interview van iemand die zich volwaardig mens mag noemen. Ik kende deze mens niet totdat ik het artikel las. Tijdens het lezen al voelde ik een drang om de man persoonlijk te ontmoeten en zijn gelukzalige gevoel zelf te ervaren. Ik heb hem nog dezelfde dag gebeld en hij was razend enthousiast over dit telefoontje. Er werd direct een afspraak gemaakt en op 16 oktober 2010 was ik samen met mijn vrouw in Berchanianum, de verblijfplaats van Nies van Lier.

God wil gezelschap, stond in het interview. Mijn vrouw en ik begrepen precies wat hij daarmee bedoelde. De man was een levende mens zoals zovelen op de wereld, maar waarvan er slechts weinigen zo open zijn. Wij spraken over de nieuwe regering, over seksueel misbruik in de kerk, over borstkanker, over onze ontwikkelingen en over de samenhangen en overeenkomsten tussen onze beide beroepen (geestelijke en politieman).
Met liefde gaf ik deze man mijn boek De blauwe Diender cadeau. Twee dagen later kreeg ik een e-mail van hem (jazeker, 85 jaar en nog helemaal bij de tijd) waarin hij schreef dat hij het bijna in één adem had uitgelezen en diep onder de indruk was. Hij zag hierin dat de confrontatie met jezelf een noodzakelijk ingrediënt is voor een gezonde en aantrekkelijke menselijkheid.
Diepzinnige woorden van een bijzonder wijs mens.
Nies vertelde honderduit, over zijn kijk naar het universum in relatie tot zichzelf en de communicatie tussen beide werelden. Onomwonden vertelde hij dat het in zijn kop gonsde, er moest nog zóveel uit wat erin zat. Hij realiseerde zich dat hij een lichaam had van 87 jaar oud en dat zijn hersenen een jaar of dertig jonger leken te zijn. Voor zijn hart gold kennelijk hetzelfde, dat had Nies van zijn arts vernomen.

Voordat wij vertrokken gaf Nies ons nog een zelf geschreven column mee, die hij recent had voorgelezen aan een groep mensen in het cultureel café Salon Remunj, gevestigd in de Oranjerie te Roermond. In dit artikel refereerde hij aan zachte briesjes in onze hersenen, ons gemoed of ons gevoel, zo apart dat je er geen naam of woorden voor hebt en dan kan je er beter niets over zeggen. Nies is iemand die zo’n briesje in ons veroorzaakte, zonder het in beton van woorden vast te leggen en ze met vuur en geweld te verkondigen. Hij is wel iemand die zich vurig wenst dat hij nog lang zijn gedachten tot de verbeelding kan laten spreken.

Net voordat we in onze auto stapten om terug te keren naar huis, blies een zacht briesje over ons heen. Wij weten nu dat dit briesje ons dichter met Nies en met ons zelf verbond. In tegenstelling tot Nies vinden wij dat we er wel iets over moeten zeggen.

 

Laat een bericht achter.