Emotieloos

Het debat tussen premier Mark Rutte en Thierry Baudet van Form voor Democratie was eigenlijk een nep debat. Immers, beide nemen geen zitting in het Parlement.  Dat de NPO er toch voor koos om het uit te zenden was natuurlijk vanwege de beladenheid van de thema’s en de zekerheid dat het een hoge kijkdichtheid zou scoren.


De twee kemphanen kregen van Jeroen Pauw vier door henzelf gekozen stellingen voorgelegd. Daarover werd flink gedebatteerd. Totdat het moment aanbrak dat de kemphanen persoonlijke vragen aan elkaar mochten stellen. Op het moment dat Rutte plaatsnam op zijn kruk en zei: ‘Laat maar komen, ik ben bereid ze te beantwoorden’, bekroop mij een vreemd gevoel. Het leek alsof het allemaal tot in de puntjes was geregisseerd. De lichaamstaal was voor mij overduidelijk, Rutte had zich goed voorbereid op datgene wat komen zou. Alsof hij wist wat voor vragen er gesteld zouden worden door zijn opponent.
Baudet trok zijn gezicht in een ernstige plooi en stelde die ene prangende vraag:

‘Wanneer heeft u voor het laatst gehuild voor iets wat in uw privésfeer is gebeurd?’.

Ik weet niet, of u het zag, maar het leek er even op dat Rutte wit wegtrok. Het was slechts een moment om zich vervolgens direct te vermannen en strak, bijna emotieloos zei, dat dit was toen zijn vader overleed, daarna bij het overlijden van zijn broer en recent bij dat van zijn oudste zuster. Baudet keek hem strak aan en vroeg hoe lang het geleden was dat zijn zuster was overleden. Rutte antwoordde hierop kort en zakelijk dat dit vier maanden geleden was. Geen emotie waar te nemen, hij keek Thierry Baudet strak aan. Hij op zijn beurt sprak na een lichte aarzeling slechts een woord : ‘Gecondoleerd.’
Vervolgens een korte stilte en het debat werd voortgezet alsof er niets was gebeurd.
Geen tranen, geen gehuil, gesnotter, geen troostende woorden, niets van dat alles wat je vaak in andere tv-programma’s wel ziet.

Ik voelde mij voor aap gezet door twee koele, nee, ijzige kikkers, die wisten dat er gevoelige vragen zouden worden gesteld en waarvan beiden donders goed wisten dat hun houding en gedrag van invloed zou kunnen zijn op de beslissing van mensen om wel of niet te gaan stemmen en op welke partij. Ik kon mij niet aan de indruk dat premier Rutte precies wist wat hij deed toen het moment aanbrak van de persoonlijke vragen. Ook dat hij wist welke vragen Baudet zou stellen en dat hij ervoor had gekozen om geen enkele emotie te tonen en al helemaal niet zou gaan huilen. Zijn oudste zus was vier maanden geleden overleden en dan deze ingrijpende gebeurtenissen afdoen met een koele, afstandelijke houding en slechts in die paar emotieloze woorden, kwam bij mij over als zielloos. Ik dacht even dat hem als kind was bijgebracht dat echte kerels nooit huilen.

Wat mij vervolgens opviel was dat er na afloop geen moment op die cruciale vraag en de houding van beide debaters door niemand werd ingegaan. Blijkbaar was de focus volledig gericht op politieke vraagstukken en op de tegenstrijdigheden van beide kemphanen. Waarschijnlijk had men gehoopt dat het er nog heftiger aan toe was gegaan. Dat is immers goed voor de kijkcijfers.

Dat politici soms onnavolgbaar zijn, dat zij liegen en/of slechts halve waarheden zeggen, is niet vreemd. Maar om in een politiek debat een dergelijke vraag te stellen aan je opponent die er vervolgens ook nog op deze emotieloze wijze ingaat, getuigt van gebrek aan echte menselijkheid, maar ook aan gebrek aan eigenwaarde. Het strookt eigenlijk meer met de hufterigheid die je ook steeds meer ziet in de samenleving. Het lijkt een soort onverschilligheid, maar in een ernstige vorm. Berekenend, voorzien van een grote portie opportunisme om zichzelf in de kijker te spelen. De ene doet het misschien in de hoop de ander te breken, zodat deze kwetsbaar wordt, de ander probeert koste wat het kost te voorkomen dat zijn menselijke kwetsbaarheid in het openbaar wordt getoond. Voor de inhoud van het debat had die vraag geen enkele relevantie.

Na de verkiezingen zal men zich opnieuw afvragen hoe het toch komt dat er zo’n lage opkomst was. Om de antwoorden te vinden zullen de 751 Parlementsleden, de Raad en de Commissie in de spiegel moeten kijken. Daar liggen de antwoorden voor het oprapen. De spiegel wordt hen door meer dan 400 miljoen Europeanen voorgehouden.

Maar ja, narcisme kan ook leiden tot zelfverblinding. En dan zie je niets anders meer dan jezelf.

 

2 Comments

Laat een bericht achter.