Het Kwade Gat (’t Koad Gaat)

Zo’n naam vind je alleen terug in oude geschiedenisboeken. Een voormalige boerderij aan de Hessenstraat te Stoutenburg (Utrecht) droeg ooit de naam Het Kwade Gat. De naam was te danken aan een steeds terugkerend gat in de weg die langs de boerderij liep, ondanks dat het telkens met zand werd opgevuld.
In mijn geboortedorp Oud-Geleen (Awt-Gelaen) is er ook een Kwaad Gat. Het is een verbindingsweggetje tussen de doodlopende Bergstraat en het buurtschap Daniken. In deze straat werd ik in 1951 geboren en groeide ik op, samen met nog tien andere telgen uit het gezin van Mia en Sjeng Smeets-Stevens. Enkele decennia terug kreeg het weggetje officieel een naambord, omdat het deel uitmaakte van de weg naar Santiago de Compostela in Spanje.

Tot voor kort wist ik niet waar de naam vandaan kwam. Navraag bij mensen die dit kunnen weten leerde mij dat het weggetje zo werd genoemd omdat het nergens naartoe leidde, dat er in de tijd van de Bokkenrijders struikrovers actief waren en er altijd onheil dreigde. Later werd er verteld dat de grond in de omgeving onvruchtbaar was vanwege de overstromingen van de Geleenbeek. Niets anders dan ellende, vandaar die naam.

Oud-Geleners noemden het weggetje De Baendj en daarmee was voor hen de kous af. Zeker voor mij. Ik had veel meer belangstelling voor het gemeentelijk vuilstort dat achter de Baendj lag.
Je kwam daar via een bruggetje over de beek en wij vonden het heel erg spannend om een kijkje te nemen als er weer eens brand was. Dat gebeurde regelmatig en er gaan geruchten dat een van mijn broers er ooit brand stichtte. Geen nood, de zaak is intussen verjaard. Ik moet eerlijk bekennen dat ik het spannend vond om te zien hoe ratten in de val zaten en krijsend ten onder gingen aan het vuur.
In 1953 kwam boer Peters uit Montfort zelfs op het idee om er zijn varkens vet te mesten, door ze tussen het huisvuil te laten wroeten. Zijn actie haalde toen zelfs de krant.

De Baendj, de beek en het stort waren voor de jongens uit het gezin Smeets een ware trekpleister. Avontuur om de hoek. De beek was in die tijd een vieze vuile zwarte waterstroom vanwege de afvoer van kolenresten, afkomstig van de Staatsmijnen.
Zover ik weet zijn vrijwel alle jongens uit ons gezin wel eens in de beek terechtgekomen, ondanks alle waarschuwingen. Op zoek naar klappertjes langs de kant of koeleköpkes in het water was er niet veel nodig om in de beek te belanden. Gelukkig was deze niet al te diep. Maar je moest wel bloedzuigers van je benen afhalen als je er uit was gekropen. Als we dan tuis kwamen kregen we op onze kop, want de beek was voor ons verboden gebied. Onze tuin achter het huis aan de Bergstraat reikte tot op zo’n twintig meter afstand van de beek. Toen mijn vader er samen met moeder ging wonen was er even sprake van om die strook van twintig meter erbij te nemen, maar vanwege de verwachting van aankomende kinderen en de onveiligheid van de beek werd dat niet gedaan. Zij rekenden buiten de avontuurlijke drang van hun kinderen.

Uiteindelijk kwam alles op z’n pootjes terecht. De kinderen groeiden op en er viel nooit meer iemand in de beek. Overigens is de beek door mensenhanden veranderd in een mooie meanderende zuivere stroom met nieuwe flora en fauna. Het stort is allang verdwenen, net als de wroetende varkens. Het Kwade Gat is tot rust gekomen, er geen dreiging meer van struikrovers of ander gespuis. Het is een prachtig natuurgebied dat voor wandelaars zeer veel te bieden heeft.

De steenfabriek van Daniken, direct achter het voormalige stort, is niet meer. Wat rest zijn een paar gebouwen en de schoorsteen. Deze werden gerestaureerd en bieden aan het nageslacht een inkijkje in de wijze waarop vroeger bouwstenen werden gebakken.

De kinderen van de familie Smeets en al die andere kinderen uit vroeger tijden zijn bijna allemaal uit het dorp vertrokken. Gelukkig is het ouderlijk huis binnen de familie gebleven en wordt het momenteel bewoond door zoon Nic. Voor de andere broers en zussen een mooie gelegenheid om af en toe terug te keren op hun geboorteplek. Om daar in die mooie tuin, in het een of andere prieeltje of hoekje, te mijmeren over het het vroeger was.

Het Koad Gaat is voor mij een lieflijk oord geworden.

Alle foto’s zijn oorspronkelijke foto’s gemaakt door mijn vader. Mijn broer Hans (de (biologische) groente- en fruitboer van Oud-Geleen) heeft veel van dit fotomateriaal in ere behouden en samen met hem zocht ik naar geschikte foto’s voor dit artikel.
Dat vergde wel enige tijd.

©2017 Jacques Smeets

 

6 Comments

  1. Leuk nostalgisch stuk. Ik heb het met veel plezier gelezen. Toen ik in het Haesselderveld woonde, heb ik daar vaak gewandeld.

    Reply
  2. Sjoon vertèld en sjoon verhaol, Jacques. Höb auch al ‘ns in de Keutelbaek, wie ze de Gelaenbaek toen neumden, gelaege. 😊😊👍👋

    Reply
    • Hoi Hans,

      Danke Hans. Kleine correctie. De Keutelbaek woar de baek die rechtstreeks van de Staatsmien Maurits Gelaen koam. Deze baek leep óngergróndsj en koam aan de Beekstraat oet in de Geleenbeek.

      Reply

Laat een bericht achter.