Narcose

Elke operatie is weer anders. Voor mij was dit pas de tweede in mijn leven. Bij de eerste was ik er met mijn volle verstand bij. Ruggenprik, je kent het wel. Mijn achillespees was afgescheurd. Dat gebeurde in 1998. Alweer ’n hele tijd geleden.
‘Spaghetti’, liet de chirurg zich ontvallen en al die rafels moesten ergens aan de botten worden gehecht. Een week of zes later wandelde ik weer een kilometer of tien.
Die van 25 juli jongstleden was van een geheel andere orde.
De dikke darm moest er uit. Deze was zeer ernstig ontstoken en er was geen uitzicht op genezing. Het werd een inkijkoperatie. Dat betekende dat mijn buik niet helemaal geopend hoefde te worden. Als ik maar van die vreselijke pijnen verlost zou worden. Mijn vertrouwen in de chirurg en zijn team was groot. Het zou een routineklus worden, maar wel eentje die een uur of vier zou duren.

Tegen half vijf in de middag werd ik met bed en al naar de operatiekamer gereden. Verpleegkundigen, de anesthesist en leden van het chirurgenteam probeerden mij gerust te stellen. Ik had helemaal geen angst en liet het over mij heen komen.
Ik keek eens rond en zag links van mij een man met een opvallend gekleurde ‘bandana’ op zijn hoofd in een stoel zitten, met de voeten op tafel.

‘Wie is dat?’ vroeg ik aan de omstanders. Althans ik dacht dat ik dat vroeg.
‘Dat is de hoofdchirurg’.
‘Wat ’n rare man? Hij lijkt meer op een zeepiraat’, meen ik te hebben gezegd.
‘Meneer Smeets, zo meteen valt u in een diepe slaap. Denkt u maar aan leuke dingen.’

De anesthesist was blijkbaar druk in de weer.
De ruimte leek te veranderen. Mensen veranderden. Opeens formeerde zich een groepje mensen voor mij. In een blok van drie keer twee. Vooraan een oude, vrijwel tandeloze vrouw, die opeens luidkeels begon te lachen. Een oude man naast haar lachte mee. Achter de twee stonden twee vrouwen van middelbare leeftijd en daarachter verschenen twee kinderen ten tonele. Allen hadden een groen operatienetje over hun hoofd gespannen en daar overheen droegen ze allemaal een soort hoofddoek. Het leek mij een familie, afkomstig uit een oorlogsgebied in het Midden-Oosten.

‘Word ik door deze familie geopereerd?’, vroeg ik me af. ‘Ben ik terechtgekomen in een oorlogshospitaal in Afghanistan, of zo?’
Geen antwoord.

Opeens sprong de man met de bandana op van zijn stoel, klapte in zijn handen en riep luidkeels:

‘Zo mensen, aan de slag. Het feest gaat beginnen.’
Daarna niets meer.

Mijn volgende moment van bewustzijn – tenminste ik dacht dat ik bij bewustzijn was – speelde zich af tijdens de operatie. Ik zag allerlei chirurgen bovenop mijn buik zitten. Zij waren druk bezig met het snijden en wroeten in mijn buik en schreeuwden daarbij luidkeels tegen elkaar. Het leek wel alsof zij in paniek waren. Ik schreeuwde dat ze vooral eerlijk moesten zijn naar mijn vrouw en zoon, voor het geval het mis zou gaan. De mensen reageerden niet op mij, maar doken nog dieper in mijn buik.

Het volgende moment zag ik een klok aan de wand die aangaf dat het 21:30 uur was. Een verpleegkundige zei dat ik bij bewustzijn was gekomen. Ik lag op de intensive care. Mijn hele lijf deed pijn. Voorzichtig voelde ik aan mijn buik. Een boel verband en een rare zak op mijn buik. Dat was natuurlijk de stoma. Ik werd verdrietig, begon te huilen en zei dat ik heel veel dorst had. Er werd met een soort stift water in mijn mond gespoten.
Het leven direct na zo’n ingrijpende operatie is geen sinecure. Daarover meer in een volgend blog.

De ervaringen die ik had vóór en tijdens de operatie besprak ik de dag erna met de chirurg. Ik vroeg aan hem of er iets fout was gegaan tijdens de operatie en of er paniek was uitgebroken.
‘Welnee, meneer Smeets, de operatie is heel voorspoedig verlopen. Geen complicaties. Nu kunt u aan het herstel gaan beginnen. Waarschijnlijk heeft u die ervaringen gehad als gevolg van de narcose. Ze verdwijnen na verloop van tijd vanzelf.’

Dat laatste gebeurde inderdaad, maar het was wel ’n hele vreemde ervaring, waaraan ik nog regelmatig met gemengde gevoelens aan terugdenk. Ik weet simpelweg niet meer of het werkelijkheid was of niet? Heb ik dingen in mijn fantasie beleefd of zijn ze echt zo gebeurd?
Ik weet het niet, maar het leek verdomd echt allemaal. De chirurg beweerde in elk geval dat hij geen bandana droeg tijdens de operatie en dat er zich ook geen Afghaanse familie in de operatiekamer bevond.
Ik heb besloten om hem te geloven. Nu weet ik in elk geval wat een narcose met je kan doen.

 

3 Comments

  1. Goh Jacques. Ik heb wat meer operaties (en ziekenhuis-opnames) achter de rug. Niet dramatisch maar ik heb er nooit over gedacht om over narcose-ervaringen te schrijven. In mijn vroege jeugd kreeg ik zo’n ballon op de neus gezet. Later ging het met een naaldje en moest je terugtellen en zei de anestethist je haalt het niet. Zal je zien dat het mij lukt. Ja ja, heel veel later kwam ik bij en vroeg me boos af wanneer ze eens zouden beginnen. Ik had al een dik verband op mijn buik! Jaja, overal zitten verhalen in.

    Reply

Laat een bericht achter.