Uitreiking Persprijs Jacques van Veen

Op donderdag, 1 december 2016, was ik bij de uitreiking van de Persprijs Jacques van Veen, in de Koninklijke Industrieele Groote Club, gelegen aan de Dam te Amsterdam. Een historisch gebouw, waar in 1788 de Doctrina et Amicitia opgericht, een leesgezelschap waarvan de meeste leden lid waren van de in dat jaar verboden patriottische club ‘Vaderlandsche Sociëteit’. Afkomstig uit de Amsterdamse koopmansstad, de rechterlijke macht, het notarisambt en de ambtenarenwereld. Het was een ontmoetingsplek waar revolutionaire comités werden gevormd.
Ik was daar als ambassadeur van het politieberoep en als Voortrekker van Stichting Beroepseer.
Er was echter nog een reden. Vorig jaar schreef ik voor deze stichting een recensie over het boek ‘De gekooide recherche’ van Michiel Princen. De recensie staat onder de rubriek Aanbevolen Boeken II.

Via de uitgever Prometheus kreeg ik contact met de auteur Michiel Princen. Wij spraken af dat wij elkaar ergens in het land (b.v. bij een presentatie) zouden ontmoeten. Dat kwam er maar niet van. Totdat ik in een bericht van Michiel op Social Media las dat zijn boek, samen met vier anderen, genomineerd was voor de Persprijs Jacques van Veen. Niet de minsten, zo bleek.
De andere waren:
Saskia Belleman voor haar verslaggeving in De Telegraaf en via Twitter.
Coen Verbraak en Daniëlle van Lieshout voor hun vierdelige documentaire ‘De Aanklagers’.
Wim van den Eijnden, die een boek schreef over de verkoop van een deel van Fortis aan een buitenlands consortium.
Paul Beek, Arjan van Engen en Wilko Brandsma van De Haaien die een televisieserie maakten over het dagelijkse werk van rechters.

In het boek ‘De Gekooide Recherche’ beschrijft Michiel Princen zijn ervaringen én opgelopen frustraties als financieel rechercheur van de Nationale Politie. Hij werkte er ruim tien jaar, nadat hij zijn vorige beroep als journalist had opgegeven. Zijn frustraties hebben ertoe geleid dat hij in 2014 afscheid nam van de Nationale Politie.
Financiële criminaliteit vergt een diepe specialisatie. Dit werk kan alleen al om die reden nooit gelijkgetrokken worden met die van de algemene tactische recherche. Daar speelt immers de waan van de dag een cruciale rol. Strafrechtzaken van grote omvang omvatten vaak tevens diepgaand financieel onderzoek. Echter, het aandeel in de financiële onderzoeken vraagt enorm veel tijd, ruimte, geld en vooral mankracht. Juist het gebrek aan die zaken en de diepere kennis in de financiële criminaliteit bij de doorsnee rechercheur, zorgt er volgens Princen voor dat zaken niet of onvoldoende worden afgehandeld en zelfs op de planken blijven liggen. Daardoor ontlopen veel criminelen de gang naar de rechter.
Zijn kritiek op de organisatie en bureaucratie binnen Nationale Politie en het OM zette hier en daar kwaad bloed. Het boek is echter al meer dan 15.000 keer verkocht. Dit kan een reden zijn waarom de aanvankelijke kritiek geleidelijk verstomde.

Voorafgaande aan de uitreiking was er een forumdiscussie over de vraag: ‘Hoe transparant is de openbare rechtspraak?’ In het forum zaten:
Folkert Jensma, juridisch redacteur en commentator van het NRC Handelsblad;
Leo Neels, jurist en algemeen directeur van Itinera, een onafhankelijke denktank in België op het gebied van maatschappelijke vraagstukken. Hij doceert Media- en Communicatierecht aan de Universiteit van Antwerpen en is lid van de Senaat van de KU te Leuven;
Frank Visser, voorheen de rijdende rechter, was tot 2014 kantonrechter in Noord-Holland. Sinds 2016 is hij te zien in het nieuwe tv-programma ‘Mr. Visser doet uitspraak’ bij SBS6;
Miranda de Meijer, hoogleraar op de bijzondere leerstoel OM aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit van Amsterdam. De leerstoel is ingesteld vanwege het Parket-Generaal/Openbaar Ministerie;
Lottje van de Puttelaar, advocaat en partner bij Wybenga advocaten te Rotterdam en gespecialiseerd in familie- en jeugdrecht, gezondheidsrecht en strafrechts. Daarnaast is zij mediator.
Het debat werd geleid door Martijn de Greve.
Het werd een levendig debat waarbij al heel snel tegenover elkaar staande opvattingen ontstonden

Uiteraard maakte ik gebruik van de situatie om er iets over te zeggen middels de ‘zaalmicrofoon’. Ik was de laatste spreker, die nog iets kon zeggen. Mijn opmerking vat ik hier als volgt samen:
‘Ik hoor iedereen hier spreken over openbaarheid van dossiers, d.w.z. over de mogelijkheid dat journalisten inzage zouden moeten krijgen in het gehele dossier, vóórdat de rechter tot een uitspraak is gekomen. Ik hoor ook dat er veel verzet is, vooral bij het OM, dat wij doorschieten in het openbaar willen maken van allerlei stukken, waarop geheimhouding rust en waar thema’s als privacy en veiligheid voor personen, organisaties, bedrijven en zelfs het land, op het spel staan. Politiemensen, die per slot van rekening helemaal aan het begin van de keten zitten, zijn het meest kwetsbaar, omdat zij zichtbaar voor het publiek hun werk doen. Elk proces-verbaal wordt ambtsedig opgemaakt, diverse keren gecontroleerd en geaccordeerd voordat het bij het OM, de advocatuur en de rechter komt. We weten inmiddels dat dit niet altijd goed verloopt, maar, op incidenten na, vrijwel overal volgens de protocollen, wordt afgehandeld. Wat mij echter van het hart moet is dat hier de vraag wordt gesteld hoe transparant de openbare rechtsspraak is, ik buiten deze zaal overal en iedereen voor de camera’s zie en hoor zeggen dat men vooral transparanter wil zijn, of zoveel mogelijk transparant. Dat impliceert toch al dat wij met z’n allen helemaal niet zo transparant zijn als wij beogen te zijn?”
Verslag van het debat.

Na het debat nam de voorzitter van de juryvoorzitter Geert Corstens, voormalig president van de Hoge Raad, het woord. De andere juryleden waren:
Marianne Bloos, hoofdofficier van het functioneel parket;
Jens van den Brink, advocaat, gespecialiseerd in mediazaken en werkzaam bij het kantoor Kennedy van der Laan;
Pieter Broertjes, burgemeester van Hilversum en voorheen hoofdredacteur van de Volkskrant;
Dirk Leestmans, journalist van onder meer het programma Panorama van Canvas en prijswinnaar in 2010;
Jeroen Smit, auteur van De prooi.
Juryrapport Persprijs Jacques van Veen

De lovende woorden van voorzitter Geert Corstens over de nominaties mondden uit in de bekendmaking van de winnaar. Dat bleek, tot grote verrassing van die winnaar, het boek ‘De Gekooide Recherche’ van Michiel Princen te zijn. Hij was totaal verbouwereerd.
Filmpje uitreiking prijs

Samengevat was het een bijzondere beleving om bij dit evenement aanwezig te zijn en om na afloop bij de borrel, in gesprek te gaan met allerlei bekende figuren die je geregeld aan de praattafels van Pauw, van Nieuwkerk, Tan en Jinek ziet zitten.
Ook mooi om kennis te maken met de vriendin van Michiel en zijn moeder. Zij waren natuurlijk apetrots op Michiel, die zijn emoties even niet te baas was toen hij de prijs kreeg overhandigd.

Foto’s en filmpje: Fotografie Peter Hilz BV Rotterdam.

 

 

Laat een bericht achter.